1. Fase van oude ambachten (vóór de 19e eeuw)
Het begon ruim 5.000 jaar geleden. Mensen gebruikten natuurlijke was om patronen te maken, bedekten ze met klei en smolten de was uit tot een mal. Vervolgens goten ze gesmolten metaal in de mal.
2. Vroege industrialisatiefase (eind 19e eeuw – midden 20e eeuw)
De technologie werd eind 19e eeuw in de industrie geïntroduceerd en werd voor het eerst gebruikt om tandkronen te maken. In 1907 werden verbeterde wasmengsels en vormmaterialen gecreëerd, waardoor het proces meer gestandaardiseerd werd.
3. Fase van moderne standaardisatie (midden 20e eeuw – eind 20e eeuw)
Er werden nieuwe processen voor het maken van schelpen ontwikkeld om problemen met het verwijderen van was beter op te lossen. Traditionele materialen werden vervangen door stabielere materialen, zoals geavanceerde vuurvaste materialen. Hierdoor kon investeringsgieten meer metaalsoorten verwerken en aan hogere precisiebehoeften voldoen, dus werd het veel gebruikt in de lucht- en ruimtevaart- en auto-industrie.
4. Intelligent groen stadium (21e eeuw)
Met 3D-printen worden waspatronen nu snel gemaakt, waardoor de productietijd van maanden naar dagen wordt teruggebracht. CAD/CAE-software simuleert het gietproces om defecten vooraf te voorkomen. Ondertussen richt de industrie zich op duurzaamheid: was wordt gerecycled en afvalmallen worden hergebruikt om de vervuiling te verminderen.
Tegenwoordig is investeringsgieten een sleuteltechnologie voor het maken van onderdelen met hoge precisie op veel gebieden, van vliegtuigmotoren tot medische apparaten.